Stijn Kerkhof

geschreven door Stijn Kerkhof
geschreven op 16 april 2018

Wanneer heb je recht op een vergoeding van affectieschade?

Op 10 april 2018 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel Vergoeding van affectieschade unaniem aangenomen. De nieuwe wet treedt op 1 januari 2019 in werking en regelt de mogelijkheid tot vergoeding van affectieschade, een vorm van smartengeld voor naasten. Hierna wordt besproken wat bedoeld wordt met vergoeding van affectieschade, wie daar recht op hebben (en wanneer) en wat de hoogte van de vergoeding is.

Affectieschade

Vergoeding van affectieschade is een vorm van smartengeld (ook wel immateriële schade genoemd) specifiek voor naasten van slachtoffers die door een fout van een ander zijn overleden of ernstig of blijvend letsel hebben opgelopen. Een zeer ernstig ongeval, medische fout of geweldsdelict is vaak immers niet alleen een aangrijpende gebeurtenis in het leven van een betrokkene, maar het wijzigt ook het leven van zijn of haar naasten. Ook hen is iets overkomen; ook hen is iets aangedaan. Denk bijvoorbeeld aan het leven van een partner van iemand die plotseling een dwarslaesie oploopt of aan ouders die hun kind verliezen. Ook hun dagelijks leven zal nooit meer hetzelfde zijn. Een vergoeding van affectieschade kan gezien worden als een erkenning van het verdriet van deze personen. De vergoeding kan mogelijk bijdragen aan hun emotionele verwerking en het beoogt daarnaast een zekere genoegdoening te verschaffen.

Wie komen in aanmerking?

De kring van personen die recht hebben op vergoeding van affectieschade wordt beperkt tot diegene die een zeer nauwe band met het slachtoffer hebben. Dit kan zijn een partner, een gezinslid, een ouder en/of kind. Ook anderen kunnen in aanmerking komen voor een vergoeding, als zij kunnen aantonen dat er sprake is (geweest) van een hechte affectieve relatie. Factoren van belang zijn onder meer de intensiteit, de aard en de duur van de relatie.

Wanneer recht op vergoeding?

Als een naaste (zeer) ernstig en blijvend letsel oploopt of overlijdt als gevolg van een fout van een ander, dan bestaat er een recht op vergoeding van affectieschade. Ernstig en blijvend letsel zal moeten worden aangetoond door degene die een beroep op vergoeding van affectieschade doet, wat volgens de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel zal betekenen dat het in de praktijk zal gaan om medisch objectiveerbare letsels. Niet het leed is doorslaggevend, maar het letsel van de gekwetste. In grensgevallen zal op basis van beschikbare medische gegevens of op basis van een nader medisch deskundigenrapport het ernstige en blijvende letsel moeten worden aangetoond. Daarbij geldt dat kan worden aangenomen dat bij een blijvende functiestoornis van 70% of meer in de praktijk in ieder geval sprake zal zijn van ernstig en blijvend letsel. Een dwarslaesie zal dus wel een recht op vergoeding van affectieschade geven, maar een whiplash in beginsel niet.

Hoogte van de vergoeding

De partij die aansprakelijk is voor het ongeval, de medische fout of het geweldsmisdrijf zal de vergoeding van affectieschade aan de nabestaanden en naasten moeten betalen. Een vergoeding van affectieschade komt te liggen tussen de 12.500 en 20.000 euro.

Een vergoeding van affectieschade is te vorderen voor schadeveroorzakende gebeurtenissen die plaatsvinden op of na 1 januari 2019.

Meer weten?

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Stijn Kerkhof of een van de andere letselschade advocaten van MannaertsAppels.